Wethouder Melanie van der Horst (D66) blijft erbij dat ze goed gehandeld heeft door de geschatte kostenoverschrijding van de Oostbrug niet te delen met de gemeenteraad, ondanks dat zij deze al kende voor de verkiezingen. “Als we op deze manier elkaar de maat gaan nemen, dan weet ik er ook nog wel een paar”, reageerde Van der Horst. In het debat vanmiddag had de oppositie van links tot rechts flinke kritiek op het niet delen van de cijfers, omdat de kostenoverschrijding veel groter lijkt te worden dan eerder werd gedacht.
Vorige week bleek uit stukken, opgevraagd door AT5, dat de wethouder ruim een maand voor de verkiezingen van maart dit jaar al door ambtenaren op de hoogte was gesteld van de enorm gestegen kosten voor de Oostbrug. Waar lange tijd een bedrag van 325 miljoen euro werd gecommuniceerd, komen de laatste ramingen uit op 650 tot 850 miljoen euro. Meer dan een verdubbeling dus.
Ambtenaren wisten nóg eerder dat er een grote financiële tegenvaller aankwam: eind 2025 werden zij over de nieuwe raming geïnformeerd door een extern bureau. Toch besloot Van der Horst – op dat moment ook lijsttrekker van D66 – de raad niet op de hoogte te brengen van de nieuwe schattingen. Het was dagenlang onduidelijk of Van der Horst zelf aanwezig zou zijn bij het debat, maar uiteindelijk besloot ze wel te komen.
Ondanks kritische vragen van de oppositie – van links tot rechts – over haar besluit om de informatie niet met de raad te delen, bleef zij vandaag bij het punt dat zij vorige week ook al maakte. “Ik heb gehandeld zoals ik altijd heb gedaan en hoe ik het in de toekomst ook zou doen.”
Problematisch handelen
Daan Wijnants (VVD) noemde het handelen van de wethouder desondanks problematisch. “Op een aantal niveaus. Voor de Amsterdammer, die een onvolledig beeld kreeg van de haalbaarheid van de brug over het IJ. En voor de raad, die niet op de hoogte werd gesteld van een exorbitante kostenstijging voor een beeldbepalend project.”
Wijnants bleef – ondanks dat de wethouder ontkende dat de verkiezingen een rol hadden gespeeld bij haar afweging – moeite houden met die uitleg. Hij verwees meermaals naar openbaar gemaakte stukken waarin expliciet wordt benoemd om de informatie pas na de verkiezingen met de raad te delen.
Van der Horst zei daarover: “Voor ambtenaren is verkiezingen een heel ander woord dan voor ons en de media. Voor hen is het een periode in de tijd waarop dingen anders zijn, zoals dat er geen normale Voorjaarsnota is.”
Ook Ja21 was kritisch. “Is er hier sprake van een inschattingsfout of het bewust beïnvloeden van de beeldvorming?”, vroeg Stef Keij aan de wethouder. “Wie in antwoorden en in de media blijft ontkennen wat in de eigen stukken letterlijk staat, ondermijnt het vertrouwen dat deze commissie en de Amsterdammer mogen verwachten.”
Anna Krijger van de Partij voor de Dieren zei geschrokken te zijn van de inhoud van de openbaar gemaakte stukken. “Het vertrouwen in de landelijke politiek zit op een dieptepunt en gelukkig op lokaal niveau nog wel net voldoende. De wethouder had de raad eerder kunnen en moeten informeren.”
Partijen als Denk, CDA, Volt en SP sloten zich daarbij aan.
Coalitiepartij Pro Amsterdam sprong wél in de bres voor Van der Horst. Volgens Carlo van Munster was het besluit om de informatie niet te delen te rechtvaardigen, omdat de wethouder nog een aantal onderzoeken moest afwachten. Ook vond Van Munster dat Van der Horst niet juist is behandeld. “De nuance sneuvelt heel snel. Is dit de manier waarop we bestuurders voor de bus gooien?”‘
D66, de partij van de wethouder, stelde in het debat nog wel een aantal kritische vragen. “Het college stelt dat de verkiezingen geen rol hebben gespeeld bij het moment waarop de raad is geïnformeerd. Tegelijkertijd staat in een interne notitie dat de tussentijdse raming vóór de verkiezingen beschikbaar moest zijn, zodat de wethouder kon beslissen deze vóór of na de verkiezingen openbaar te maken”, zei Sidney Cruickshank van D66.
Na het debat liet hij weten: “Ik heb vandaag een bestuurder gezien die verantwoordelijkheid neemt en zich zichtbaar heeft ingezet voor Amsterdam. De beantwoording geeft mij vertrouwen. Voor mij staat vast dat de wethouder aan haar informatieplicht heeft voldaan.”
Te weinig onderzoek naar kosten
Elise Moeskops, de nieuwe wethouder, verdedigde de keuze van Van der Horst om de gestegen kosten niet te delen. Volgens Moeskops was er nog te weinig onderzoek gedaan om de raad goed te kunnen informeren over de reden van de kostenstijging.
“Ik had liever niet gehad dat deze bedragen nu überhaupt naar buiten waren gekomen”. zei Moeskops vandaag tegen de raad. “Het kwam eigenlijk onhandig uit.”
Het debat gaat begin september verder in de gemeenteraad. Dan kunnen partijen ook met moties oordelen over het optreden van de wethouder.