Vliegen boven de stad: de Straten vanuit de lucht

In de Straten van Amsterdam trekt AT5 de stad in op zoek naar bijzondere verhalen van Amsterdammers uit alle hoeken van de stad. Vandaag vanuit een wel heel bijzondere hoek: we bekijken de stad vanuit de lucht.  

Aan het roer van dit Cessna-vliegtuigje zitten piloot Menno en co-piloot Ad. Menno heeft pas anderhalf jaar zijn vliegbrevet maar we hebben er meteen een goed gevoel bij. Ex-F16 piloot Ad die al sinds 1980 vliegt zit ter ondersteuning zit naast hem. Vliegen boven de stad is aan strenge regels gebonden: een maximale hoogte van ongeveer 500 meter, ruim boven de hoogste kerktoren, en verder gewoon goed uitkijken, want de kleine luchtvaart kent nauwelijks regels: “Rechts heeft voorrang en verder moet je elkaar ontwijken”, aldus Ad. 

 Eenmaal boven de stad ontvouwt zich een indrukwekkend panorama: “net een soort Madurodam”. Het vliegtuig passeert IJburg, cirkelt over het Centraal Station en vliegt vervolgens over de grachtengordel, die van bovenaf verrassend ordelijk oogt, ondanks de meer dan 1200 bruggen die de stad rijk is. Vanuit de lucht wordt zichtbaar hoe de stad al eeuwenlang tegen bodemdaling vecht. Wat op straatniveau opvalt als scheve, verzakte huizen, blijkt onder meer te komen doordat oudere houten funderingen het gewicht van steeds zwaardere en hogere bebouwing niet meer konden dragen. Pas met palen tot dertien meter diep in een stevige zandlaag kon Amsterdam zijn karakteristieke stenen huizen bouwen, een techniek die inmiddels is vervangen door nog diepere betonnen funderingen vertellen Ranjith Jayasena en André Winder van Bureau Monumenten en Archeologie. 

Stadshistoricus Maarten Hell legt vanaf de grond uit hoe de Stopera, zichtbaar midden in de oude binnenstad, ooit een levendige migrantenwijk was met een grote Joodse gemeenschap, waarvan de meeste bewoners in de oorlog zijn gedeporteerd en vermoord. Pas na de oorlog besloot de gemeente er een combinatie van stadhuis en operagebouw neer te zetten, wat op veel protest kon rekenen. Maarten vertelt hoe de Stopera hier aan haar naam kwam.  

Ook de moderne geschiedenis van de stad blijft niet onbelicht. Onderzoeker Petra Brouwer van de UvA wijst op het Binnengasthuisterrein, waar sinds de jaren tachtig nieuwbouw verrees nadat het ziekenhuis verhuisde naar het AMC. Dankzij inzet van bewoners en het stadsbestuur ontstond hier een gemengd woon- en universiteitsgebied, een voorbeeld van de compacte stad-gedachte die de binnenstad decennialang heeft gevormd. 

Boven Nieuw-West wordt de groene structuur van Amsterdam zichtbaar, ontworpen in het Algemeen Uitbreidingsplan van 1934. Stadsecoloog Geert Timmermans legt uit hoe de stad bewust is opgebouwd volgens een “vingerstructuur”: de oude binnenstad als handpalm, de uitbreidingswijken als vingers, met groene scheggen ertussen zodat elke Amsterdammer binnen tien tot vijftien minuten in het groen kan zijn. 

Terwijl het vliegtuig zijn laatste rondes maakt boven de Amstel en de Berlagebrug, vraagt Tracy Metz zich hardop af of de stad over vijftig of honderd jaar nog even leefbaar is, gezien de opgaven rond klimaat en water. Ook de betaalbaarheid van de stad wordt genoemd als groeiende zorg: Amsterdam is mooi en netjes geworden, maar niet meer voor iedereen toegankelijk. 

Read More